|
|
Toen ik in mijn jeugd voor het eerst met sport werd geconfronteerd via de radio en foto's in de krant, waren ook zij pubers. Als idolen van toen golden de voetballers Lenstra en Wilkes; herinner ik me Broekman en Grishin als populaire schaatsers en waren Wagtmans, Geldermans en natuurlijk Anquetil aansprekende wielrenners. Voor ons huis hadden wij een groot plein waar je fantastisch rolschaatsen kon, daartegenover een voetbalveld. En wat de straten betreft was het een uitzondering als er een auto stond, je kon er ongestoord hard fietsen. Zondagsmiddags zat je gekluisterd aan de radio als het Nederlands elftal tegen de Rode Duivels aan trad. De dribbels van Wilkes werden door verslaggevers als spraakwatervallen uitgemeten gepresenteerd. Je beleefde ze intens, prentte ze fotografisch in je geheugen zodat je ze naderhand perfect kon nadoen. Steevast verzamelden mijn vriendjes zich na het laatste fluitsignaal op het voetbalveld en was ieder voor zich Lenstra, Wilkes of de legendarische doelman de Munck, alias de zwarte panter. Met schaatsen was het al niet anders. Op (rol)schaatsen was ik als 'Grishin' onverslaanbaar bij het korte werk, bloedende knieën van het vallen ten spijt. Wat het wielrennen betreft heb ik altijd wat gehad met renners met een prachtige zit. Zelfs toen we nog verstoken waren van bewegende beelden en plaatjes in de krant mijn fantasie moesten prikkelen, spraken diep doorgebogen ellebogen, horizontale onderarmen en handen bovenop de stuurbocht, mij het meeste aan. Stilzittende renners die lange tijd een enorm vermogen aan de dag konden leggen, krachtige 'flyers' met een grote souplesse, goed gesoigneerd en met mooie shirtjes. Op mijn semi racertje, een omgebouwde BSA sportfiets, heb ik heel wat tijdritten à la Anquetil gemaakt, met vet in m'n haar zoals de maestro zelf. En in een St.Raphael/ Geminiani gelijkend shirtje, deed ik Geldermans na. Later werd Roger de Vlaminck mijn onbetwiste favoriet, een karakterrenner met diepdoorgebogen ellebogen, een klasbak op vele fronten, direct herkenbaar aan zijn formidable 'zit'. Roger kwam in het tijdperk dat ik mijn favorieten niet nadeed, althans niet openlijk. Als twintiger een vergelijk oproepen met je populaire tijdgenoten, was een reden uitgelachen te worden. Stiekem schaatste ik natuurlijk toch als Schenk, voetbalde ik als Cruyff en zocht ik overeenkomsten met Merckx. Wie niet, wees eerlijk! Elk jaar ga ik met vakantie naar de Italiaanse Riviëra en rijd ik de Cipressa en de Poggio, de finale van Milaan- San Remo, met een Merckx gevoel. Afgelopen zomer gaf de Alpe d'Huez me karakteristieken van Theunisse, die ook met van die mooie gebogen armen fietst. En sinds ik een rode Pinarello bezit, gaf mijn fietsmaat mij de koosnaam Chioccioli, Giro winnaar op eenzelfde rode fiets van dat merk. Onlangs stond ik bij een koers naast ploegleider Roger de Vlaminck, m'n favoriet van weleer. De wedstrijd boeide weinig en m'n aandacht ging daarom uit naar renners met een diepe zit, horizontale onderarmen en handjes op de stuurbocht. De geschoren benen, prachtig gebruind van de Middellandse Zee zon, maalden soepel rond. Wat is wielrennen toch een mooie sport! De volgende dagen trainde ik in vlekkeloze stijl, u begrijpt het, juist ja, met diepgebogen ellebogen en handjes los boven op. En laat ik eerlijk zijn, ik had ook mijn benen geschoren. Presto Amsterdam. Haarlemmerstraat 76. tel. 020 - 622 70 78 All contents
Copyright © 1999 Presto Createam
|